Regelgeving

Aan de hand van enkele vragen en antwoorden kunt u de regelgeving m.b.t. het transport van dieren hier vinden.

  • Wanneer komt een dier in aamerking voor noodslachting?
Dieren die in aanmerking komen voor een noodslachting, dienen aan drie voorwaarden te voldoen. Ten eerste heeft het dier een ongeval gehad. De VWA definieert een ongeval als volgt: ′Een plotselinge, onvoorziene of onverwachte gebeurtenis die schade of letsel veroorzaakt bij het dier. Een ongeval vereist onmiddellijke actie van degene die het dier onder zijn hoede heeft. Voorbeelden hiervan zijn vleeswonden en botbreuken. Dit ongeval dient recent gebeurd te zijn. Maximale tijd tussen ongeval en moment van doden mag drie etmalen zijn. Ten tweede moet het dier gezond zijn op het ogenblik van het ongeval. Dus geen ziekte onder de leden hebben en vrij zijn van geneesmiddelenresiduen. Wachttijden dienen in acht te worden genomen. Als derde wordt genoemd dat dieren om welzijnsredenen niet geschikt zijn voor transport en dus niet levend naar het slachthuis kunnen worden vervoerd. Hierbij moet gedacht worden aan dieren die dus niet op eigen kracht en pijnloos kunnen bewegen of bijvoorbeeld hoogdrachtig zijn. Sterk vermagerde dieren of dieren met koorts komen niet in aanmerking voor noodslachting.
Uiteindelijk kan dan een noodslachting plaatsvinden. Hiermee wordt bedoeld het bedwelmen en verbloeden op een veehouderijbedrijf.
Zie de toelichting van de Nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA)
  • Wat wordt verstaan onder wrak vee?
Rondom het onderwerp wrak vee zal altijd een grijs gebied blijven bestaan. Wanneer mag een dier niet meer vervoerd worden? Wanneer komt een dier nog in aanmerking voor een noodslachting en wanneer dient het dier op het bedrijf geëuthanaseerd te worden?
Het dier is niet geschikt voor vervoer als het niet in staat is zich op eigen kracht pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen. Maar ook dieren met ernstige open wonden of een prolaps mogen niet vervoerd worden. Evenals dieren waarvan 90 procent van de draagtijd is verstreken of in de voorgaande week geworpen hebben.
  • Welke documenten moeten tijdens het diertransport aanwezig zijn?
Als de kalveren vervoerd worden naar een kalverslachterij is een stallijst verplicht. Naast deze stallijst dient er ook een SKV-afmeldformulier te worden ingevuld. Bij vervoer van kalveren naar noodslachtplaatsen is de stallijst niet verplicht. Als een dier op het bedrijf door een dierenarts is gedood dient er ook een Verklaring Speciale Noodslachting tijdens het transport aanwezig te zijn. Deze wordt door de dierenarts in drievoud opgemaakt.  Vanaf 1 januari 2009 moeten slachterijen Voedselketeninformatie (VKI) ontvangen van aangevoerde kalveren. Dit betekent dat naast de gebruikelijke documenten ook een formulier VKI dient te worden ingevuld. Dit formulier kunt u hier downloaden.